Meerzorg is geen uitzondering: waarom ons zorgsysteem niet is ontworpen voor blijvende afhankelijkheid
We doen alsof het debat van gister over meerzorg over regels gaat. Over beoordelingskaders, coulance en nieuwe wetgeving in 2027. Maar in werkelijkheid gaat het over iets waarvoor we nooit echt hebben ontworpen:
blijvende afhankelijkheid.
In het licht lijkt het debat te gaan over procedures.
In het donker gaat het over de vraag of ons zorgsysteem überhaupt kan omgaan met zorg die niet tijdelijk is, maar levenslang.
Het Kamerdebat van gister maakt één ding zichtbaar:
er is geen expliciete bezuiniging uitgesproken
maar er is wel een systeem ontstaan waarin structurele zorgvragen in de uitvoering telkens opnieuw worden behandeld alsof ze tijdelijk zijn.
Dat is geen beleidsfout.
Dat is een ontwerpfout.
Meerzorg is bedacht als tijdelijk hulpmiddel.
Maar de zorgvragen waar het nu over gaat zijn intensief, complex en blijvend.
Wanneer je die twee werkelijkheden blijft combineren, ontstaat een paradox:
Het systeem vraagt om herbeoordeling,
terwijl iedereen weet dat er geen verbetering te verwachten is.
In het licht heet dat zorgvuldigheid.
In het donker is het een voortdurende aantasting van zekerheid, vertrouwen en draagkracht.
Wat hier misgaat zit dieper dan uitvoering of intentie.
Het zit in de aannames waarop het systeem is gebouwd:
dat zorg tijdelijk escaleert en daarna afneemt,
dat herbeoordeling een neutrale handeling is,
dat menselijke draagkracht geen plek heeft in besluitvorming.
Maar gezinnen leven niet in aannames.
Zij leven in continuïteit.
Daarom is het logisch dat ouders naar de rechter stappen.
Niet uit strijdlust maar omdat het systeem geen taal heeft voor wat blijvend is.
Als we dit werkelijk willen oplossen zijn er drie wezenlijke ontwerpkeuzes nodig.
Geen mooie woorden. Geen noodverbanden.
1. Maak onderscheid tussen tijdelijke en blijvende zorg. Waar geen verandering te verwachten is, hoort herbeoordeling uitzondering te zijn, geen vaste regel. Dat vraagt om langere toekenningen en een ander juridisch vertrekpunt.
2. Leg gelijke zorg landelijk vast. Niet als goede bedoeling maar als afdwingbare norm. Zorg mag niet afhangen van postcode of interpretatie.
3. Neem draagkracht mee in het systeem. Niet als gevoelskwestie maar als vroege aanwijzing voor uitval, ontwrichting en kosten.
Een systeem dat dit negeert, schuift de schade door naar gezinnen.
De aangekondigde coulance en het gelijkgerichte beoordelingskader zijn belangrijke stappen.
Maar ze lossen dit alleen op als ook het denken verschuift:
van tijdelijk naar blijvend,
van uren naar mensen,
van controle naar voorspelbaarheid.
Want voortdurende onzekerheid is geen abstract beleidsprobleem.
Het is iets wat zich vastzet in lichamen:
in chronische stress, ontregeling, uitputting en uitval.
De rekening verschuift altijd.
De vraag is niet of we dit kunnen betalen
maar of we het ons kunnen veroorloven dit zo te blijven ontwerpen.